Communities of Practice

‘De COP zorgt dat je uitzoomt, dat je nadenkt over waarom je iets doet.’

Hoe borg je dat wat je binnen CMK hebt opgebouwd? Die vraag keert steeds terug in de Communities of Practice (COP’s) van Cultuur Oost. Gelderse professionals op het gebied van cultuureducatie komen in deze leergemeenschappen samen om hun kennis te delen en verder uit te bouwen. Joanne Bobbink zit in de COP Voortbouwen. ‘Je bent geneigd om meteen een oplossing te zoeken, maar door vragen te blijven stellen vind je de kern.’

COPS-1

Drie keer per jaar reist Joanne Bobbink vanuit Heerde af naar Arnhem om te spreken met collega’s uit andere delen van Gelderland. De onderwijscoördinator van Cultuurplein Noord-Veluwe, tevens cultuurmakelaar van de gemeente Epe, is zeer enthousiast over ‘haar’ COP. ‘De sfeer is prettig en het is een veilige plek. Het is fijn om aan tafel te zitten met projectleiders die op hetzelfde punt zitten als ik. Je ziet ze vaker, in andere overleggen, maar hier gaat het specifiek over CMK.’

Bobbink is al zeven jaar bezig met CMK. Samen met twee collega’s werkt ze bij 32 basisscholen in de gemeenten Epe, Heerde, Hattem en Oldenbroek aan een plan om kunst en cultuur een vaste plek te geven in het onderwijs. Zo’n plan ziet er per school weer anders uit. ‘We geven handvatten aan leerkrachten, zoeken naar de vraag van de scholen, zorgen voor deskundigheidsbevordering. Ook maken we verbindingen met andere scholen, als ze dezelfde activiteit voor ogen hebben, en met andere partijen zoals de bibliotheek. Soms initiëren we iets voor alle scholen. Zo organiseren we voorafgaand aan de Kinderboekenweek bijvoorbeeld altijd een bijeenkomst voor leraren. Ze krijgen dan lesideeën bij het thema van dat jaar.’
De school is steeds aan zet. Zij bepalen wat er gebeurt. ‘Ik help ze daarbij. Dit betekent wel dat ik een voortrekkersrol heb, want bij de scholen ontbreekt vaak de kennis en de tijd.’

Geen klaagzang

In de COP-bijeenkomsten die Cultuur Oost sinds tweeëneenhalf jaar faciliteert, wisselen schooldirecteuren, icc’ers (interne cultuurcoördinatoren) en projectleiders uit waar ze in hun dagelijkse werk binnen CMK tegenaan lopen. In elke COP zitten professionals met dezelfde functie bij elkaar. In het geval van Bobbink zijn dat projectleiders van vijf vergelijkbare organisaties die ieder in een ander regio opereren. ‘De sessies duren drie uur en zijn bepaald geen theekransjes. Het is ook zeker geen klaagzang. Je kijkt hoe je elkaar verder kunt helpen en welke kwesties in je elkaars regio spelen.’
De bijeenkomsten gaan uit van de behoefte van de deelnemers. Samen bepalen ze de inhoud. ‘Zo zijn we met elkaar verantwoordelijk voor het succes van de COP.’ De adviseur van Cultuur Oost begeleidt de bijeenkomsten, door het gesprek in goede banen te leiden, veel vragen te stellen, en in het oog te houden dat iedereen die kwam met een vraag na die drie uur tevreden vertrekt. Ook pakt de adviseur initiatieven of ontwikkelingen op die uit de COP naar voren komen.

Je bent geneigd om meteen een oplossing te zoeken, maar door vragen te blijven stellen vind je de kern.

Bij iedere samenkomst worden verschillende casussen behandeld. Dit zorgt ervoor dat de projectleiders de diepte in kunnen. Een voorbeeld van zo’n casus is wat je doet met een wisseling van een directeur van een schoolbestuur of van een leerkracht. Wat blijft er in zo’n geval aan kennis over cultuureducatie achter op een school?

‘Er zijn altijd veel wisselingen in het onderwijs, dat is een realiteit en daarmee moeten we zien om te gaan. We willen dat de kennis blijvend is. Het raakt aan het hoofdonderwerp van de COP: hoe borg je wat je hebt opgebouwd? Die vraagt keert steeds terug.’

Eigenaarschap en coachen

Bobbink benadrukt dat het niet alleen draait om wat niet goed gaat. ‘Je loopt tegen grote en kleine zaken aan. We kijken onderling naar de best practices. Dan zeggen we: probeer dit eens. Soms ligt het ook aan je eigen benadering. Ik ben weleens tot de conclusie gekomen: ik moet meer open vragen gaan stellen aan de school.’
Maar eigenaarschap blijft wel het belangrijkste thema. ‘Ik moet zorgen dat de opdracht van cultuureducatie niet bij mij ligt, maar bij de school. Dat doe ik door coachend te werken. Dus niet meteen met oplossingen te komen, want dan trek je het naar je toe. Ik moet ze de ruimte geven, zodat ze hun eigen pad kiezen.’

Bobbink heeft een training coachende gesprekstechnieken gevolgd. De vaardigheden die ze daar heeft opgedaan, hebben haar geholpen. Binnen de COP wordt ook coachend gewerkt, waarbij Cultuur Oost zorgt voor de ondersteuning. ‘Als we aan een casus beginnen, stellen we elkaar eerst alleen maar vragen. Je bent geneigd om meteen een oplossing te zoeken, maar door vragen te blijven stellen vind je de kern, dat wat er onder een concreet probleem ligt. Hierdoor krijg je de zaak helder en dan pas vind je de juiste oplossingen.’

COPS-2

Uitzoomen

De COP heeft een grote meerwaarde voor haar werk. ‘Het is verdiepend. Je bent al snel geneigd om in een uitvoerende modus te gaan zitten als je aan het werk bent. De COP zorgt dat je uitzoomt, dat je nadenkt over waarom je iets doet en waar je heen wilt. Vervolgens kun je weer inzoomen. Je gaat vaak met iets naar huis waarvan je van tevoren niet had gedacht dat je daar iets aan zou hebben.’
Er is altijd iets waarmee ze aan de slag kan. ‘Ook als de casus van een ander komt, zit er altijd wel iets in wat je herkent en waar je zelf ook tegenaan loopt.’

Cultuur Oost onderneemt volgens Bobbink actie als er iets ter sprake komt waar wat mee gedaan moet worden. ‘Daar worden wij dan weer bij betrokken.’
Als voorbeeld noemt ze de Route Cultuureducatie. ‘Er zijn veel tools ontwikkeld voor hoe je aan de slag kunt gaan met CMK. We hebben die tools verzameld en zijn ze gaan bestuderen. Wat is het allemaal en wat kunnen we ermee? Hieruit is naar voren gekomen dat we behoefte hebben aan een route. We zien allemaal dat we hetzelfde proces doorlopen. Het zou mooi zijn als de stappen in dit proces zichtbaar worden voor ons en voor de directies en leraren. Met Cultuur Oost is nu een werkgroep opgericht om dit uit te werken.’

Elke keer als Bobbink vanuit Arnhem terugkeert naar Heerde zit ze vol inspiratie en heeft ze vaak ook concrete oplossingen en ideeën. ‘Daar kan ik dan de volgende dag meteen mee aan de slag. Door de COP kom ik echt tot de kern.’

tekst en illustraties: Emma Ringelding