De waarde van dans in het basisonderwijs

Een driedaagse kennismaking met dans voor 26 pabostudenten van de HAN in het kader van CMK Gelderland LAB De Kracht van Dans.

Liselot Peerenboom studeerde Kunst & Economie en is een van de oprichters van het platform Outslick. Sinds september 2019 werkt ze als projectmedewerker participatie bij Cultuur Oost. Ze liep mee met het CMK LAB De Kracht van Dans en schreef daar een serie artikelen over. Dit is het eerste artikel in de reeks. 

IMG_0062

Voor een leerkracht moet het lokaal er misschien ordelijk uitzien om te kunnen werken, terwijl de dansdocent graag een open ruimte heeft zonder obstakels.

Donderdag 5 september was mijn eerste kennismaking met het CMK LAB Dans. Tijdens mijn eerste werkweek als projectmedewerker participatie bij Cultuur Oost werd er veel over CMK gesproken, maar nu kon ik met eigen ogen zien wat het LAB precies inhield. Samen met Angela Verdurmen (moderator van het LAB De kracht van dans) schoof ik aan bij een middag die vanuit CMK georganiseerd werd voor ArtEZ-studenten Docent Dans.

Edwin van Meerkerk, onderzoeker en onderwijzer in kunsteducatie en cultuurbeleid, stond al klaar toen ik binnen kwam lopen. De eerste slide van de powerpoint luidde: tussen leerkracht en kunstdocent, over kunst, onderwijs en klaslokalen. Mijn nieuwsgierigheid was meteen gewekt.

De studenten druppelden langzaam binnen en namen plaats in de ruimte. Toen iedereen een plekje had gevonden begon Edwin met zijn verhaal.

"Dansen in het openbaar kan, zolang het maar niet te gek wordt."

“Wat voor normen heersen er op school? Wat is de rol van het onderwijs bij de vorming van burgerschap?’’ Na de laatste vraag had Edwin mijn volledige aandacht te pakken. Normen en waarden, gedragingen en gewoontes hebben mij altijd al gefascineerd. Wie bepaalt wat wel en niet normaal is, hoe je je wel of niet hoort te gedragen?

“Het enige gemeenschappelijke wat alle burgers hebben is school.” Vertelde Edwin. “Gemeenschappelijke normen worden stilzwijgend geproduceerd op school. Wanneer iets zo diep in je zit, letterlijk in je lijf, stel je dat niet meer ter discussie omdat het gewoon is geworden.”

Even had ik het gevoel alsof ik weer in de collegezaal zat. Zo’n college waarvan de inhoud zo boeiend is dat je de drang voelt om alles wat gezegd wordt te notuleren.

Edwin vertelde verder: “Wanneer een burger zich aan de normen houdt, wordt dat sterk beloond. De doorsneecultuur is de maat. Alles wat daarvan afwijkt valt buiten onze normen. Dansen in het openbaar kan, zolang het maar niet te gek wordt.”

Hij maakte een koppeling die relevant is voor de ArtEZ-studenten. “Er zijn twee ruimtes: een ruimte van de leraar/lerares uit het reguliere onderwijs en een van de dansdocent. Maar er is ook een derde ruimte, de zogenaamde third space. Deze ruimte bevindt zich tussen de leraar/lerares en de dansdocent in. Het is de ruimte waar verkend kan worden wat gebeurt als je de bestaande codes loslaat en met een onderzoekende houding gaat verkennen welke betekenis naar boven komt en hoe beleving verschilt. Voor een leerkracht moet het lokaal er misschien ordelijk uitzien om te kunnen werken, terwijl de dansdocent graag een open ruimte heeft zonder obstakels. Als er dus gedanst gaat worden vraagt dit iets van beiden om elkaars wereld te verkennen en waar mogelijk aan te passen. Het is de manier waarop wij in gesprek gaan over de manier waarop ieder van ons de wereld (wat al meer is dan alleen de fysieke ruimte) ervaart en interpreteert.”

IMG_0067

Samenwerkend, fantasierijk, volhardend, gedisciplineerd en onderzoekend.

Na afloop van Edwins lezing kwamen twee oud-studenten van de bachelor Docent Dans het podium op. Rimke Saan en Jinte Verhaar deelden hun ervaringen op de Dynamiek school, waar zij les hadden gegeven in het kader van het LAB aan twee groepen kinderen die dans goed konden gebruiken gezien hun sociaal-emotionele ontwikkeling en de achterstand die ze op sommige gebieden hadden opgebouwd. Dans als extra steun in de rug dus. De danstudenten waren een en al oor en vroegen de meiden het hemd van het lijf.

Zo vertelde Jinte dat er op de school waar ze les gaf een lastig jongetje in groep drie zat. Hij kon zijn weg niet vinden en moeilijk met zijn klasgenoten en meester overweg. Hij werd overgeplaatst naar groep acht, omdat hij het goed kon vinden met de meester die voor deze klas stond.

Door dans leerde hij op een andere manier met zijn klasgenoten om te gaan en vond hij zijn plek in de groep weer. Wanneer het tijd was voor dansen zei hij tegen Jinte: “Juf, juf, kijk, ik heb mijn dans broek al aan”. Dans heeft voor dit jongetje invloed gehad op hoe hij met zijn klasgenoten om kon gaan. Op een leuke manier leerde hij samen te werken binnen de groep. Hij had zijn plekje gevonden. Het was voor zijn ontwikkeling zo waardevol dat hij uiteindelijk weer terug is geplaatst naar groep drie, een fantastisch resultaat, waar de danslessen zeker aan bijgedragen hebben.

Terwijl de studenten een korte pauze hadden kwam Suzan Lutke binnenlopen. Ik voelde direct een fijne energie, wat een mooi mens om te ontmoeten. Suzan is musicus, muziekdocent en onderwijskundige. Ik kletste wat met Suzan terwijl ze grote gekleurde vellen in een cirkel op de grond legde.

IMG_0072

Waarom volhardend? Waarom fantasierijk?

Toen de groep studenten weer compleet was begon Suzan met haar verhaal. Alle studenten werden uitgenodigd om in de cirkel op de grond te gaan staan. Op de gekleurde vellen stonden eigenschappen, kwaliteiten of vaardigheden die een mens kan hebben. Samenwerkend, fantasierijk, volhardend, gedisciplineerd en onderzoekend. “Ga bij de categorie staan die jou het meest aanspreekt.” zei Suzan. Het merendeel van de groep liep doelgericht naar gedisciplineerd. Een enkeling bleef rondjes lopen, wenkbrauwen gefronst en zoekend naar de eigenschap waar hij of zij de meeste verwantschap mee voelde. De keuzestress en twijfel was van de gezichten af te lezen.

“Waarom volhardend?” Vroeg Suzan aan een van de studenten. “Omdat ik vaak te horen heb gekregen dat het mij toch niet ging lukken, toch sta ik hier. Wanneer er moeilijkheden zijn reageren mensen daar vaak niet op. Ik wil het juist aanpakken, anders durven zijn.”

“Waarom fantasierijk?” Vroeg Suzan aan een van de studenten. “De stof die de docenten mij bieden, daar weet ik een eigen draai aan te geven.”

In het uur dat volgende liet Suzan allemaal verschillende onderwijsopvattingen de revue passeren, met inspirerende filmpjes en voorbeelden. Ze koppelde regelmatig bevindingen en observaties terug naar de studenten en de eigenschappen die zij aan het begin van de les hadden gekozen. Reflectie op jezelf en je rol als docent stonden voortdurend centraal tijdens deze sessie.

De keuzestress en twijfel was van de gezichten af te lezen.

Rond vijf uur kwam het CMK LAB Dans aan zijn einde. Van kennisoverdracht over burgerschapsvorming van Edwin tot een inkijkje in lesgeven in het basisonderwijs door Rimke en Jinte en tot slot Suzan die in staat was de studenten op een uitnodigende manier kritisch naar zichzelf te laten kijken. Door de interactieve insteek namen de studenten de hele middag een participerende rol aan.

Wat er in vier uur aan kennis is overgedragen, maakt mij nieuwsgierig wat de volgende dagen van het CMK LAB Dans te brengen hebben. Ik ging naar huis met behoorlijk wat stof om over na te denken. Ik denk terug aan Max, een jongetje uit mijn klas op de basisschool. Ook hij werd overgeplaatst naar een hogere groep, omdat hij zijn weg niet goed kon vinden in mijn klas. Onhandelbaar noemde de docenten hem. Als wij een dansdocent hadden gehad op school, had Max waarschijnlijk een uitlaatklep gehad voor zijn energie. En had ook Max zijn plek gevonden en de gewone route kunnen bewandelen. Ieder kind heeft het recht om te dansen. Iedere school verdient een dansdocent. Het is een verrijking voor de leerkrachten die de kinderen vormen en niet te vergeten: wat mij betreft een must voor het kind. Zodat het kan stralen, kan bewegen, zich leert te uiten en er mag zijn zoals hij of zij is.