Portret: Reineke de Vries

Mijn achtergrond

Mijn ouders hebben elkaar ooit ontmoet bij de opleiding tot docent drama. Uiteindelijk zijn ze allebei ander werk gaan doen, maar ze zorgden er wel voor dat er thuis veel aandacht was voor kunst. Er stond altijd muziek aan, mijn moeder had een eigen atelier waarin ze schilderde, en in de vakanties bezochten we musea en kerken. Mijn vader vertelde dan honderduit over de schilderijen die daar hingen.

reineke de vries

Omdat ik meer van die verhalen wilde horen, ben ik Algemene Cultuurwetenschappen gaan studeren. Daar leerde ik via de kunst hoe mensen in andere tijden leefden, hoe ze die werken maakten, en waarom precies op die manier. Bovendien had ik altijd al zo’n vermoeden dat de cultuursector wel wat voor mij was. Ik zag mezelf niet snel met cijfers op kantoor werken. Als eerste baan ging ik aan de slag bij Introdans, op de educatie-afdeling. Via via ben ik uiteindelijk bij Cultuur Oost terechtgekomen.

Wat ik doe

Toen ik hier twaalf jaar geleden begon, deed ik vooral fondsaanvragen. Ik las mee met verschillende projectplannen, adviseerde culturele instellingen – op een gegeven moment wist ik alles van subsidies. Inmiddels ben ik het grootste deel van mijn werkweek bezig met CMK. Ik heb zeventien projecten onder mijn hoede. Elk project vraagt een andere begeleiding, maar in alle gevallen kijk ik mee naar de vormgeving van het plan, en houd ik in de gaten dat cultuureducatie een vanzelfsprekende, duurzame plek krijgt op de school in kwestie.

Een van de projecten waar ik erg enthousiast over ben, is het project van Basisschool De Triangel in Beuningen. De leerlingen mogen beslissen wat voor ateliers er komen (beeldend, theater, muziek). De leerkrachten richten die ateliers in en begeleiden het kind in zijn of haar artistieke ontwikkeling. Het gaat hen dus niet om het eindproduct, maar om het creatieve proces. Ieder kind maakt iets van zichzelf; iets wat zij willen maken, en wat echt bij hen past. De school gaat uit van de motivatie en het talent van de leerling.

Hoe ik werk

Mijn werkdag bestaat uit heel veel praten. Dat praten is echt nodig, het brengt me op nieuwe ideeën. Als ik van de ene school hoor waar zij tegenaan lopen, en van een andere school wat voor hen goed heeft gewerkt, kan ik die twee weer met elkaar in contact brengen om van elkaar te leren. De meeste ideeën haal ik dus uit de praktijk. Daarnaast haal ik veel inspiratie uit mijn coach-opleiding, en kijk ik ook wel bij de buren; hoe gaan andere provincies om met hun CMK-projecten?

Wat cultuureducatie kan doen

Ik heb zelf veel creatieve hobby’s, van theatersport tot schrijven. Aan het begin van mijn studententijd heb ik het schrijven echt ontdekt, toen kregen we bijvoorbeeld een opdracht om nauwkeurig te beschrijven hoe je iets at wat je heel vies vond. Er zit een enorm plezier in die specifieke beschrijvingen. Het voelt alsof een kleine ervaring daardoor meer waard wordt.

Ik vind het echt belangrijk dat ieder kind kan kennismaken met creativiteit. Door kunstwerken kun je in andere tijden of hoofden terechtkomen, dat kan op geen enkele andere manier. Daardoor leer je dat jouw manier niet de enige is, en leer je ook jezelf beter kennen.