Onderzoek Edwin van Meerkerk naar samenwerking leerkracht en kunstdocent

In opdracht van Cultuur Oost voerde Edwin van Meerkerk, universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, tijdens Cultuureducatie met Kwaliteit 2017-2020 een onderzoek uit naar de samenwerking tussen leerkrachten en kunstdocenten.

onderzoek van meerkerk

Een woordenboek voor samenwerking tussen leerkracht en kunstdocent  brengt de succes- en faalfactoren van de samenwerking tussen leerkrachten en kunstdocenten in beeld. Centrale vragen zijn daarbij:

  1. Wat zijn de verwachtingen van de samenwerking van beide partijen?
  2. Hoe beschrijven beide partijen hun eigen rol en die van de ander?

De basis voor het onderzoek zijn interviews met acht duo’s van samenwerkende kunstdocenten en leerkrachten. We spraken hen driemaal, een keer individueel aan het begin van het schooljaar, een keer gezamenlijk halverwege het jaar en een laatste keer aan het eind, opnieuw individueel. Het beeld dat uit de interviews naar voren kwam is er niet een van grote misverstanden, in tegendeel. De kunstdocenten en leerkrachten werken niet alleen met zichtbaar plezier samen, ze hebben ook veel begrip voor elkaars positie en rol. Toch valt er nog voldoende te verbeteren aan de onderlinge samenwerking. Drie hoofdpunten staan daarbij centraal: het leerproces, de organisatie en de kijk op kunst. Samengevat komen deze conclusies erop neer dat leerkracht en kunstdocent een balans moeten zien te vinden tussen de uitdaging voor de leerlingen, hun eigen kennis en vaardigheden en de schoolcultuur.

Het leerproces:

  • succesvol kunst- en cultuuronderwijs staat of valt bij de fysieke en mentale ruimte die leerlingen krijgen;
  • goed kunst- en cultuuronderwijs begint met een gesprek over professionele identiteit en over de dingen die een leerkracht of kunstdocent makkelijk afgaan of die juist een uitdaging vormen;
  • kunstdocenten kijken meer naar de klas als geheel, leerkrachten richten zich vaker op afzonderlijke leerlingen;
  • leerkrachten werken erg gestructureerd en dat staat haaks op de manier van werken die de kunstvakken volgens de kunstdocenten vergen;
  • de belangrijkste zorg van leerkrachten is het algemene welzijn van de kinderen;
  • de ervaringen van de kunstdocenten zijn meestal gebaseerd op een dag(deel) of les, waardoor hun beeld van de klas en de leerlingen afwijkt van het beeld dat de leerkracht heeft.

De organisatie:

  • inzicht en vertrouwen is een kwestie van langere adem, van beide kanten;
  • betrokkenheid van het team is een essentiële voorwaarde voor het welslagen van CMK;
  • draagvlak van bovenschoolse leiding tot aan de leden van het team is nodig en de icc’er fungeert daarbij als spil;
  • culturele instellingen en kunstdocenten moeten zich verdiepen in de prioriteiten die gesteld worden in het cultuurbeleidsplan van de school om goed aan te kunnen sluiten bij de onderwijspraktijk;
  • door de hoge werkdruk schiet voorbereidend overleg over de kunstlessen er vaak bij in, hiervoor zou (meer) tijd vrijgemaakt moeten worden;
  • ook na vaak een aantal jaar samenwerking is een goede inbedding van kunst- en cultuuronderwijs nog geen gelopen race, maar vergt blijvende aandacht en energie.

De rol van kunst:

  • de angst om te falen zit diep in het primair onderwijs, terwijl dat volgens kunstdocenten de kern van hun vak is;
  • er bestaat een belangrijk verschil in de argumenten voor dat belang: voor de meeste leerkrachten is kunst belangrijk als contrast met de overige vakken, voor plezier en creativiteit, terwijl het belang volgens de kunstdocenten erin ligt dat het een impact kan hebben op het onderwijs en het leerproces;
  • de kunstdocent moet niet op de stoel van de leerkracht te gaan zitten, net zo min als de leerkrachten de ambitie hoeven te hebben om alle kunstlessen zelf te kunnen uitvoeren;
  • veranderingen in het curriculum en ‘kleinere’ veranderingen in de school bieden kansen voor de kunsten en kunnen ook door kunst en cultuur in gang worden gezet;
  • kunstdocenten en leerkrachten hebben geheel andere kijk op wat veiligheid is in relatie tot de kunstlessen.

In de samenwerking tussen scholen en culturele instellingen en tussen leerkrachten en kunstdocenten is het belangrijk om deze punten expliciet aan de orde te stellen en het gesprek te blijven voeren over het waarom van kunst- en cultuuronderwijs, de kijk op leren en lesgeven en de randvoorwaarden die beide partijen nodig hebben voor een duurzame en succesvolle samenwerking.

Topics

Kennis
Francien Simons

Door

Francien Simons

Francien is programmacoördinator van CMK Gelderland, in die functie faciliteert zij de basis voor goed cultuuronderwijs in Gelderland.

Stel een vraag